Artikel 5 van de PPWR verplicht fabrikanten om de aanwezigheid van PFAS en zware metalen in verpakkingen tot een minimum te beperken en dit aantoonbaar vast te leggen in een conformiteitsverklaring. (Zienswijze NRK Verpakkingen, aan dit bericht kunnen geen rechten worden ontleend).
Deskundigen geven aan dat volledige materiaaltesting niet noodzakelijk is wanneer aantoonbaar wordt gewerkt met onder meer PFAS‑vrije of onder de drempel liggende inkoop, PFAS‑vrije productiemiddelen, GMP/HACCP‑borging en periodieke verificatie. De volledige toelichting is beschikbaar via dit document en staat ook bij de INLOG LEDEN‑documenten op de website van NRK Verpakkingen.
De PFAS‑eis geldt voor alle verpakkingscomponenten (fles, dop, label, inkt). Voor zware metalen betreft het met name felgekleurd kunststof (geel, oranje, rood) en pigmenten; bij onvoldoende keteninzicht of twijfel is testen aangewezen.
Het Technical Adaptation Committee (een comité van de Europese Commissie) pleit eveneens voor een risico gebaseerde aanpak voor een PFAS-conformiteitsverklaring.
1. Apply a risk-based approach, taking into account the material type, the supply-chain structure, and the contamination risk.
2. Not each and every packaging has to be tested. If testing is necessary, conduct sampling as far as possible in the supply-chain, and support all testing with appropriate technical documentation.
3. Frequency of testing: whenever substantial changes in the composition or production occur or when new scientific data becomes available (similar to Article 15 Declaration of compliance of the Regulation 10/2011 on plastic materials and articles intended to come into contact with food)
4. Avoid intentional PFAS use in barriers, inks, adhesives, coatings, and processing aids. These principles support a proportionate, consistent, and technically robust approach to demonstrating compliance.